Prikkelverwerking

CopingStrategieën | Omgaan met lastige situaties

by Wim Bielderman on 3 juni 2021 Reacties uitgeschakeld voor CopingStrategieën | Omgaan met lastige situaties

De term ‘Coping’ komt van het Engelse werkwoord ‘to cope with’. Dat betekent zoveel als ‘kunnen omgaan met’. Alles wat we met ons brein of onze emotie(s) doen om met een probleem of stress om te kunnen gaan, of omdat we die  problemen willen omzeilen, heet een CopingStrategie. Er zijn actieve, passieve en preventieve CopingStrategieën.

Passieve CopingStrategieën

Met een passieve strategie pak je het probleem niet aan, maar schuif je het voor je uit. Deze strategie zorgt er vaak voor dat je later op een ander gebied ook problemen krijgt. Voorbeelden ervan zijn het wegduiken in eten, alcohol, drugs, winkelen, de digitale wereld, je eigen denkwereld, je eigen gevoelswereld, extreem veel sporten of extreem…….. Maar ook het ontkennen, weglachen of vermijden van problemen, de schuld ervan bij een ander leggen, overmatig piekeren of overmatig veel zorgen maken. Door het hanteren van een passieve strategie probeer je voor jezelf en anderen te ontkennen dat er problemen zijn. Je ‘steekt je kop in het zand’ en hoopt dat het probleem zich vanzelf weer oplost.

Met een passieve CopingStrategie zorg je ervoor dat het 3G-model uit balans blijft.

Actieve CopingStrategieën

Met een actieve strategie pak je het probleem aan. Je zoekt bijvoorbeeld naar oplossingen, anticipeert op het probleem, vraagt om hulp, accepteert de situatie, probeert naast de negatieve ook de positieve kant te zien, stelt doelen en maakt plannen, zet het probleem in het juiste perspectief [helikopterview], hanteert realistische verwachtingen en benadert het probleem vanuit zelfcompassie.

Met een actieve CopingStrategie zorg je ervoor dat het 3G-model meer in balans komt.

Preventieve Strategieën

Met een preventieve strategie ben je problemen voor. Je voorkomt ze, nog voordat ze er zijn. Preventieve strategieën zorgen voor meer balans in je leven
en dragen bij aan meer veerkracht. Bijvoorbeeld door tijd te besteden aan hobby’s, muziek, ontspanning, gezond eten, zelfontwikkeling, zingeving, het doen van leuke dingen, lichaamsbeweging, dierbare mensen. Assertiviteit, het opkomen voor jezelf, helpt daarbij. Durf jij, of durft de ander gevoelens eerlijk te uiten en grenzen aan te geven? Als dat lastig is, is het misschien verstandig om het aan te leren en ermee te oefenen.

Met een preventieve strategie zorg je ervoor dat het 3G-model veerkrachtiger wordt.

Het AlsDanPlan #gewoontepaadjes

Het AlsDanPlan is een effectief hulpmiddel om van een helpende actieve of preventieve CopingStrategie een nieuwe gewoonte te maken. Zo leg je als het ware een nieuw gewoontepaadje van de nieuwe helpende strategie aan in je brein.

Als situatie x gebeurt, dan zal ik y doen

We hebben de meest gebruikte CopingStrategieën verzameld en bijeengebracht op een menukaart. De leerling kan die strategie(ën) uitkiezen die helpend zijn voor hem of haar op moeilijke momenten. De menukaart CopingStrategieën is te vinden via: https://www.ontwikkeltaal.nl/downloads/

 

Wil je meer inzicht in de achtergronden van gedrag, welbevinden, mogelijk aanpakgedrag en beschikbare effectieve hulpmiddelen? Kijk dan bij onze artikelen, downloads en naar ons aanbod [team]trainingen op ontwikkeltaal.nl.

read more
Wim BieldermanCopingStrategieën | Omgaan met lastige situaties

Prikkelverwerking | Breinologie voor leraren

by Wim Bielderman on 12 januari 2021 Reacties uitgeschakeld voor Prikkelverwerking | Breinologie voor leraren
Overprikkeling is een bekend begrip binnen het onderwijs. De tegenhanger onderprikkeling is minder bekend. Maar hoe zien de verschillende vormen van prikkelverwerking er eigenlijk precies uit? Hoe ontstaan ze? Hoe kun je hierin sturen; wat kun je doen? En, ook belangrijk, wat moet je juist niet doen?

De prikkelverwerking: iedereen is anders

De wijze waarop binnenkomende prikkels vanuit de zintuigen door het brein worden verwerkt gaat bij iedereen net iets anders. Als de verwerking heel veel anders verloopt dan bij de gemiddelde mens wordt er soms gesproken van een stoornis zoals ADHD/ADD of autisme. Prikkelverwerking verloopt echter bij niemand hetzelfde. Iedereen is uniek. Dat geldt ook voor onze prikkelverwerking.

Uit onderzoek blijkt dat ruim 30% van de leerlingen binnen het Nederlandse onderwijs op een of andere manier problemen op school ervaart door de manier waarop zij de binnenkomende prikkels verwerken.

Dat is niet alleen erg lastig voor deze leerlingen zelf, maar komt ook in meer of mindere mate tot uiting in hun gedrag en schoolprestaties.

Prikkelverwerking in hoofdlijnen

Gemiddeld genomen krijgen onze zintuigen 11.000.000 prikkels per seconde binnen. Al deze 11.000.000 prikkels worden doorgegeven aan ons brein. Laat dit even tot je doordringen: 11 MILJOEN PRIKKELS, PER SECONDE.…….

Gelukkig is ons brein op deze taak voorbereid. Maar hoe verwerkt het brein deze stortvloed aan prikkels? Het laat deze prikkels eerst filteren door ons central executive. Dat ‘zeeft’ de binnenkomende informatie en geeft vervolgens alleen de voor ons relevante prikkels door.

Gemiddeld laat het filter 0,0003 % van alle binnenkomende prikkels door.

Deze gefilterde prikkels worden doorgesluisd naar ons bewustzijn. Met andere woorden: deze prikkels nemen we bewust waar. Een deel van ons brein wordt dus voortdurend gevuld met nieuwe prikkels; gemiddeld zo’n 33 PER SECONDE!

Ons filter

Ons central executive is dus ons filter en dat werkt zeer efficiënt. Wordt jouw naam ergens genoemd? Grote kans dat deze prikkel je bewustzijn bereikt. Wordt over een schoolproject gesproken waar jij onderdeel van uitmaakt? Zeer waarschijnlijk dat deze prikkel jouw bewustzijn bereikt.
Het central executive filtert uit die 11.000.000 prikkels dus datgene, wat voor jou van belang is. Daardoor komt het ook dat mensen in een drukke treincoupe soms prima kunnen werken; ondanks de drukte komen maar weinig prikkels door het filter. Ga je in een drukke ruimte zitten, waar veel bekenden zijn en waar over projecten wordt gesproken die jou aangaan, dan kun je je minder goed concentreren. Het filter laat dan meer prikkels door omdat het deze voor jou van belang acht.

Maar we waren toch uniek?

Tot zover het verhaal over de gemiddelde mens en de gemiddelde leerling. Die bestaat overigens niet. De leerlingen die tegenover ons in de klas zitten zijn geen van allen gemiddeld; ook niet in de manier waarop zij hun prikkels verwerken. Net zo min bestaat de gemiddelde leraar of de gemiddelde mens.

Het verschilt bijvoorbeeld per persoon hoeveel procent van de prikkels door het filter wordt tegengehouden. Gemiddeld is dat 99,9997%, maar het filter is niet bij iedereen even dik en laat bij de één meer prikkels door dan bij de ander. Worden relatief meer prikkels doorgelaten, dan wordt het brein ook zwaarder belast. Bovendien: die 11.000.0000 prikkels per seconde is maar een gemiddelde. Er zijn ook situaties waarin het brein wel 36 miljoen prikkels per seconde te verwerken krijgt; bijvoorbeeld tijdens een drukke les of een leswisseling. En heeft je brein een dunner filter, dan geeft het standaard meer prikkels door aan het bewustzijn. Is jouw brein gevoeliger voor bepaalde soorten prikkels, dan raak je snel overprikkeld van bijvoorbeeld sterke geuren, harde geluiden of een onverwachte aanraking.

Als je dit weet, dan kun je je voorstellen dat voor mensen met een dunner filter sommige situaties een enorme aanslag zijn op het brein.  #overprikkeling

Bij leerlingen die last hebben van overprikkeling is in hun brein nauwelijks meer ruimte voor andere breintaken, zoals het verwerken van lesstof, werken aan een verslag of het naar behoren gedragen.

De uiterste vorm

Als het brein door overprikkeling helemaal geen ruimte meer heeft voor andere taken, treedt een noodprotocol in werking. Het brein bevriest, vlucht of gaat [soms letterlijk] in gevecht. Op die momenten is er maar één remedie: uit de situatie en ‘afkoelen’.  #ontprikkelen

Hoe kun je dit voorkomen?

Het liefst wil je dit soort situaties natuurlijk voorkomen, maar hoe?
De primaire verantwoordelijkheid voor het reguleren van de prikkelverwerking ligt bij de leerling zelf. Soms heeft een leerling echter niet genoeg zelfinzicht of voldoende hulpmiddelen tot zijn beschikking om dit helemaal zelf te realiseren. In dat geval kan laagdrempelige ondersteuning vanuit school erg effectief zijn.
Er zijn verschillende manieren om overprikkeling te voorkomen. Denk hierbij aan:
– het op peil houden van de mentale energie door goede voeding, voldoende rust, slaap en zuurstof;
– het verlagen van het aantal binnenkomende prikkels door de situatie aan te passen of de inzet van prikkelverlagende hulpmiddelen.

Prikkelverwerking voor gevorderden

Verschillende vormen

Het tegenovergestelde van overprikkeling is onderprikkeling. Ook dat bestaat. Als het brein te weinig geactiveerd wordt, gaat het zelf actief op zoek naar opvulling. #afleiding

Heeft de leerling iets anders aan zijn hoofd? Begrijpt een leerling de lesinhoud al na de eerste vijf minuten van de les? Is de les niet activerend genoeg? Dan gaat het brein onbewust actief op zoek naar afleiding.

Over- en onderprikkeling kennen elk twee vormen. De verschillende vormen van over- en onderprikkeling lijken soms veel op elkaar, maar vragen elk een eigen aanpak.

Overprikkeling | Prikkel-agerend

De klassieke vorm van overprikkeling is ‘prikkel-agerend’. Deze vorm van overprikkeling is goed zichtbaar aan de buitenkant. Leerlingen die hier last van hebben

– zijn overprikkeld, boos en geagiteerd;
– ontploffen bij weinig extra prikkels;
– en zijn star en niet-flexibel.

Uiterste vorm: overprikkeling prikkel-agerend

Overprikkeling | Prikkel-vermijdend

Deze vorm van overprikkeling is minder goed zichtbaar aan de buitenkant. Leerlingen die hier last van hebben trekken zich een beetje terug. Zij

  • schermen zich af; doen bijvoorbeeld de handen over de oren of trekken een capuchon over het hoofd;
  • zoeken een rustige plek op om te werken;
  • vragen anderen om stil te zijn en niet te bewegen;
  • proberen de situatie in eigen hand te houden, te controleren;
  • en vermijden contact met anderen.
Uiterste vorm: overprikkeling prikkel-vermijdend

Onderprikkeling | Prikkel-zoekend

Deze vorm van onderprikkeling is goed zichtbaar aan de buitenkant. De prikkelzoekende leerlingen

  • zijn druk en enthousiast;
  • wiebelen en friemelen;
  • praten door de klas of zingen tijdens het werken;
  • lopen door de klas;
  • tikken met de voeten op de grond of met een pen op de tafel;
  • zijn druk en wild.
Uiterste vorm: onderprikkeling prikkel-zoekend

Onderprikkeling | Prikkel-onbewust

Deze klassieke vorm van onderprikkeling is ook minder goed zichtbaar aan de buitenkant. Leerlingen die hier last van hebben trekken zich ook een beetje terug. Zij

  • staren naar buiten, zijn dromerig;
  • reageren niet op hun naam of aanspreken;
  • krijgen [delen van] de instructies niet mee;
  • hebben taken niet af, slaan gedeeltes over;
  • gaan helemaal op in een bezigheid.
Uiterste vorm: onderprikkeling prikkel-onbewust

De vormen lijken soms wel op elkaar, maar de oorsprong is verschillend. Als je niet goed weet waar je op moet letten, kun je verkeerde conclusies trekken en is een vergissing snel gemaakt.

Regelmatig wordt onderprikkeling voor overprikkeling [of andersom] aangezien. Het gevolg is dat je, met de beste bedoelingen, hulpmiddelen inzet om over- of onderprikkeling te voorkomen, maar juist een averechts effect bereikt. Zet je bij onderprikkeling bijvoorbeeld een geluiddempende koptelefoon in, dan wordt de onderprikkeling alleen maar erger. Of er wordt bij overprikkeling een wiebelkussen ingezet…. JJe kunt je voorstellen dat de inzet van deze hulpmiddelen dan niet veel goeds doet voor het welbevinden van de leerling! Daarom is het zo belangrijk dat je weet met welke vorm van over- of onderprikkeling je te maken hebt.

Poster Prikkelverwerking met informatie en hulpmiddelen


Wij hebben een poster ontwikkeld waarmee je goed zicht kunt krijgt op de verschillende vormen van prikkelverwerking en de hulpmiddelen die je daarbij effectief kunt inzetten.
De poster is te downloaden via https://www.ontwikkeltaal.nl/downloads/.

 

Wil je meer inzicht in de achtergronden van welbevinden, gedrag, mogelijk aanpakgedrag en beschikbare effectieve hulpmiddelen? Kijk dan bij onze artikelen, downloads en naar ons aanbod [team]trainingen op ontwikkeltaal.nl.

read more
Wim BieldermanPrikkelverwerking | Breinologie voor leraren

Gedragsregulering | Triggers

by Wim Bielderman on 17 december 2020 Reacties uitgeschakeld voor Gedragsregulering | Triggers
Triggers, iedereen heeft ze! Ze zijn er in allerlei soorten en maten; van klein en onbeduidend tot heftig met grote gevolgen. Positief of negatief; helpend of niet-helpend. Als je getriggerd wordt, zijn jouw beleving van de situatie en jouw reactie daarop niet passend bij de reële situatie. In dit artikel gaan we in op enkele achtergronden van niet-helpende triggers.

Emoties en gevoelens

Emoties vullen ons gevoelsleven. Emoties zorgen voor verbinding. Emoties laten ons soms stijgen tot grote hoogte en op andere momenten afdalen naar diepe dalen. Emoties laten ons beleven, emoties geven ons het gevoel te leven!
Emoties voegen bovendien een extra dimensie toe aan de realiteit, die we soms anders ervaren dan dat deze werkelijk is. Duiken we in emotie,  dan wordt de werkelijkheid intenser ervaren.

Daarnaast zijn emoties ook nog eens gigantisch besmettelijk, in goede en in kwade dagen…

Waarden

Iedereen is uniek. Daardoor hanteert ook iedereen andere waarden in het leven. Waar voor de één onafhankelijkheid een groot goed is, is voor de ander het maken van verbinding juist belangrijk. Deze waarden leveren onderling soms veel onbegrip en gedoe op. Als je een conflict hebt met iemand, dan is de oorzaak daarvan regelmatig een verschil in waarden. De kans is groot dat je allebei denkt… HOE KUN JE ZO ZIJN! De meeste mensen hechten belang aan meerdere waarden; twee à drie daarvan wegen bovengemiddeld zwaar. Dat zijn de primaire waarden. Als één van deze waarden in het gedrang dreigt te komen, word je getriggerd.

Ervaringen

Dat iedereen uniek is wordt onder meer door onze levensloop geïllustreerd. Er is niet één levensloop exact hetzelfde. Onze eigen levensloop bepaalt mede wie we zijn, hoe wij ons voelen, wat wij denken en ook hoe we ons gedragen. Heftige negatieve ervaringen uit het verleden kunnen worden omgezet in triggers in het heden. Als iemand in een situatie komt waarvan het brein vindt dat deze lijkt op een heftige negatieve ervaring uit het verleden, dan doet de situatie in het hier en nu hem herinneren aan dat [mini]trauma. De herinnering aan dit [mini]trauma kan de emotie in heftige mate beïnvloeden; je beleeft het trauma als het ware weer opnieuw. Je reactie is dan vaak niet meer passend bij de reële situatie in het hier en nu, maar heeft meer te maken met de ervaring uit het verleden. Je wordt getriggerd.

TRIGGER, wat gebeurt er precies? #Breinologie

Het brein van ons werkt optimaal als het genoeg mentale energie [rust, slaap, voeding, zuurstof] tot zijn beschikking heeft én tot op zekere hoogte emotioneel vrij is. Op deze momenten heb je alleen nog motivatie nodig. Het brein kan dan alle taken die van hem worden verwacht efficiënt afhandelen. Word je getriggerd, dan ervaar je een heftige emotie. Die emotie doet een aanslag op je breincapaciteit. Hoe heftiger de trigger, des te groter de aanslag op het brein. In het ergste geval schiet het brein in de ‘noodtoestand’. Je bevriest, vlucht of gaat – soms letterlijk – het gevecht aan. Het brein heeft op dergelijke momenten geen enkele capaciteit meer over om te doen wat er van hem wordt verwacht.

Dat willen we natuurlijk het liefst voorkomen, maar hoe?

Wil je toewerken naar een gedragsverandering, dan is het belangrijk dat de leerling zelf hiervoor gemotiveerd is. Zonder motivatie geen resultaat; dat geldt zeer zeker bij gedragsverandering! Is leerling gemotiveerd om zijn gedrag te onderzoeken en aan te pakken, dan is de Welbevindingsgrafiek een handig hulpmiddel. Hiermee breng je samen het verloop van de trigger in beeld. Als dat duidelijk is, kan gezocht worden naar een manier om de trigger te ontmantelen: het Als-dan-plan. Hiermee kun je het brein leren anders te reageren op de trigger. Daardoor kun je voorkomen dat het brein de volgende keer weer in de noodtoestand schiet. #gedragsverandering #als-dan-plan

De Downloads

De Welbevindingsgrafiek en andere hulpmiddelen zijn te downloaden via https://www.ontwikkeltaal.nl/downloads/

 

Wil je meer inzicht in de achtergronden van welbevinden, gedrag, mogelijk aanpakgedrag en beschikbare effectieve hulpmiddelen? Kijk dan bij onze artikelen, downloads en naar ons aanbod [team]trainingen op ontwikkeltaal.nl.

read more
Wim BieldermanGedragsregulering | Triggers

Gedragsregulering | Het BreinPannetjes Model

by Wim Bielderman on 16 december 2020 Reacties uitgeschakeld voor Gedragsregulering | Het BreinPannetjes Model
Inzicht in eigen gedrag, gedachten en emoties is de basis voor gedragsverandering. Ook leerlingen hebben dat inzicht nodig om hun gedrag aan te kunnen passen. Het BreinPannetjes Model is hierbij een eenduidig en handig hulpmiddel.

Hoe voel jij je?

Gedrag ontstaat niet zomaar uit het niets. Gedrag ontstaat uit een cocktail van emoties, gevoelens, ervaringen en gedachten. Deze cocktail, de status, is de belangrijkste voorspeller van gedrag. Daarom is het voor jou als leraar belangrijk dat je weet wat de status van de leerling is. Hierbij kan BreinPannetjes Model helpen. Dit model onderscheidt vijf stadia:

1. Ik voel mij prettig, rustig, fijn, in balans, …..
#chill

2. onrustig, ongeduldig, een beetje geïrriteerd, …..
#ikkanmijmindergoedbeheersen

3. geïrriteerd, opgefokt, super ongeduldig, …..
#ikkanmijnietgoedbeheersen

4. kwaad, gestrest, angstig, wanhopig, …..
#ikkanmijnietbeheersen

5. Ik bevries, vlucht of vecht, ik ……
#noodtoestand

Wat moet je weten over het brein? #Breinologie

Er is al veel onderzoek gedaan naar de wondere wereld van het brein. Vrijwel dagelijks worden er nog tal van nieuwe ontdekkingen gedaan en worden onderzoeken gepubliceerd die zeer relevant zijn voor het onderwijs.
Dat emoties een enorme invloed hebben op de werking van ons brein (dus ook dat van de leerlingen) is al jaren bekend. Maar hoe ziet dat er dan uit in de praktijk?

De verschillende BreinPannetjes

Voelt een leerling zich goed, dan is er sprake van BreinPannetje 1: prettig, rustig, fijn, in balans. Het brein van de leerling kan zich volop wijden aan zijn taak. Of het nu om het verwerken van de lesstof, concentreren, samenwerken met klasgenoten of het vertonen van aangepast gedrag gaat, het lukt over het algemeen allemaal prima. Het brein kan gewoonweg alle beschikbare capaciteit inzetten om de leerling te laten doen wat er wordt verwacht.

Helaas voelen sommige leerlingen zich niet de hele dag chill. Stel je voor dat een leerling slecht heeft geslapen, ’s morgens al een vervelend akkefietje met zijn vader heeft gehad en zich ook nog eens moest haasten om op tijd op school te komen. Je kunt je voorstellen dat deze leerling dan op school komt met een BreinPannetje 3 of 4: onrustig, geïrriteerd, opgefokt, super ongeduldig, kwaad, gestrest, angstig, wanhopig. Dat heeft meerdere gevolgen. Zo zal de leerling weinig tot geen mentale energie tot zijn beschikking hebben. Dat maakt het lastig voor hem om te doen wat wordt gevraagd: het verwerken van de lesstof, concentreren, samenwerken met klasgenoten en aangepast gedrag vertonen in de klas. De leerling heeft bovendien nog maar een bijzonder kleine aanleiding nodig om door te schieten naar het BreinPannetje 5.

In deze staat kan de leerling zich niet meer beheersen; hij zal bevriezen, vluchten of het gevecht aangaan. #noodtoestand.

Voorkomen is beter, maar hoe?

Het is eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de leerling zelf om ervoor te zorgen dat hij lekker in zijn vel blijft zitten. Hierbij kan een leerling soms echter wel een extra zetje gebruiken. Het BreinPannetjes Model biedt hierbij de oplossing.
Het is helpend als de leerling zijn eigen BreinPannetje herkent. Deze herkenning geeft namelijk informatie aan de leraar en aan de leerling. Weet je het BreinPannetje, dan heb je ook inzicht in het gedrag. Dat is de opening voor gesprek, voor zelfreflectie: vat voel ik, wat denk ik, wat doe ik? Zo kun je via een Als-dan-plan gezamenlijk een strategie vinden waarmee de leerling met BreinPannetje 2, 3, 4 of 5 weer terug kan keren naar BreinPannetje 1. #als-dan-plan.

De taal van het BreinPannetjes Model

Het BreinPannetjes Model en het als-dan-plan is een taal die je in de klas spreekt. Zo kun je met jouw leerlingen snel en efficiënt inzicht krijgen in de achtergronden van gedrag en hen aanzetten tot gedragsverandering bij onaangepast gedrag. #gedragsregulering

Downloads

Er zijn verschillende versies van de Welbevindingsthermometer en overzichten van de  BreinPannetjes beschikbaar.

Deze en andere hulpmiddelen kun je downloaden via https://www.ontwikkeltaal.nl/downloads/

 

Wil je meer inzicht in de achtergronden van welbevinden, gedrag, mogelijk aanpakgedrag en beschikbare effectieve hulpmiddelen? Kijk dan bij onze artikelen, downloads en naar ons aanbod [team]trainingen op ontwikkeltaal.nl.

read more
Wim BieldermanGedragsregulering | Het BreinPannetjes Model

Welbevinden in de klas

by Wim Bielderman on 27 juli 2020 Reacties uitgeschakeld voor Welbevinden in de klas

Een leerling komt pas echt tot leren in de klas als deze zich gezien, gehoord en geaccepteerd voelt; het komt de mate van welbevinden van de leerling ten goede. Als leerkracht heb je hierin een sleutelrol. Je kunt hierin aanzienlijk meer bereiken dan je misschien denkt.

De mate van welbevinden in een klas is sterk afhankelijk van het heersende pedagogische klimaat. Maar andersom is dit ook het geval! Als leerlingen individueel een groot (gevoel van) welbevinden ervaren, heeft dit een positief effect op het geheel. Als je dus investeert in alle leerlingen als individu en in de groep in zijn geheel, vergroot je de kans op een open, veilig en kansrijk klassenklimaat. De Cirkel van Welbevinden geeft inzicht in de betekenisvolle aspecten rondom welbevinden in de klas en jouw rol als leraar.

Het 3G-model: de cyclus van gevoel, gedachten en gedrag

De mate van welbevinden is primair afhankelijk van de cyclus van gevoel, gedachten en gedrag.

  • Gevoel: ontstaat op basis van interne prikkels, externe prikkels en emoties.
  • Gedachten: de onbewuste en bewuste denkprocessen.
  • Gedrag: internaliserend of externaliserend gedrag.

Deze cyclus bepaalt hoe jij je op dat moment voelt, wat je denkt en hoe je handelt. Als je dus als leerkracht gedrag wilt veranderen kun je dit bereiken door de prikkeltoevoer, het gevoel en de gedachten te beïnvloeden. Maar hoe doe je dat?

De ontwikkelkrachten

De cyclus van gedrag van leerlingen kan structureel en effectief positief beïnvloed worden. Dit wordt bereikt door de ontwikkelkrachten van de leerlingen – zelfvertrouwen, zelfinzicht, veerkracht en doelgerichtheid – te verstevigen.
Deze ontwikkelkrachten zijn de bouwstenen voor positief, evenwichtig en constructief gedrag.

Vanuit welke houding kun je dat nu het beste doen?

Het vergroten van de ontwikkelkrachten kun je het beste doen vanuit positieve emoties, cognitieve empathie, veiligheid en stabiliteit en taakbewustzijn

Emoties zijn enorm besmettelijk! Als je als leraar veelvuldig vanuit positieve emoties werkt, zal dit dus aanstekelijk zijn voor jouw omgeving, de leerlingen.

Jouw interactie als leraar wordt aanzienlijk effectiever als de leerling verbondenheid ervaart; empathie. De wenselijke houding van een leraar is het tonen van cognitieve empathie. Deze vorm van empathie houdt in dat je de leerling bijstaat vanuit rationele overwegingen [in plaats van emotionele]. Cognitieve empathie wordt ook wel professionele empathie genoemd.

Tot slot: een leerling staat enkel open voor ondersteuning en begeleiding op die momenten dat het voor hem of haar er toe doet. Deze sleutelmomenten zijn het herkennen waard!

Geluk is houden van dat wat je hebt! | welbevinden

Voor informatie over ons trainingsaanbod Welbevinden, Gedrag, Prikkelverwerking en Pedagogisch klimaat in de klas ga naar:

read more
Wim BieldermanWelbevinden in de klas