januari 2021

All posts from januari 2021

Prikkelverwerking | Breinologie voor leraren

by Wim Bielderman on 12 januari 2021 Reacties uitgeschakeld voor Prikkelverwerking | Breinologie voor leraren
Overprikkeling is een bekend begrip binnen het onderwijs. De tegenhanger onderprikkeling is minder bekend. Maar hoe zien de verschillende vormen van prikkelverwerking er eigenlijk precies uit? Hoe ontstaan ze? Hoe kun je hierin sturen; wat kun je doen? En, ook belangrijk, wat moet je juist niet doen?

De prikkelverwerking: iedereen is anders

De wijze waarop binnenkomende prikkels vanuit de zintuigen door het brein worden verwerkt gaat bij iedereen net iets anders. Als de verwerking heel veel anders verloopt dan bij de gemiddelde mens wordt er soms gesproken van een stoornis zoals ADHD/ADD of autisme. Prikkelverwerking verloopt echter bij niemand hetzelfde. Iedereen is uniek. Dat geldt ook voor onze prikkelverwerking.

Uit onderzoek blijkt dat ruim 30% van de leerlingen binnen het Nederlandse onderwijs op een of andere manier problemen op school ervaart door de manier waarop zij de binnenkomende prikkels verwerken.

Dat is niet alleen erg lastig voor deze leerlingen zelf, maar komt ook in meer of mindere mate tot uiting in hun gedrag en schoolprestaties.

Prikkelverwerking in hoofdlijnen

Gemiddeld genomen krijgen onze zintuigen 11.000.000 prikkels per seconde binnen. Al deze 11.000.000 prikkels worden doorgegeven aan ons brein. Laat dit even tot je doordringen: 11 MILJOEN PRIKKELS, PER SECONDE.…….

Gelukkig is ons brein op deze taak voorbereid. Maar hoe verwerkt het brein deze stortvloed aan prikkels? Het laat deze prikkels eerst filteren door ons central executive. Dat ‘zeeft’ de binnenkomende informatie en geeft vervolgens alleen de voor ons relevante prikkels door.

Gemiddeld laat het filter 0,0003 % van alle binnenkomende prikkels door.

Deze gefilterde prikkels worden doorgesluisd naar ons bewustzijn. Met andere woorden: deze prikkels nemen we bewust waar. Een deel van ons brein wordt dus voortdurend gevuld met nieuwe prikkels; gemiddeld zo’n 33 PER SECONDE!

Ons filter

Ons central executive is dus ons filter en dat werkt zeer efficiënt. Wordt jouw naam ergens genoemd? Grote kans dat deze prikkel je bewustzijn bereikt. Wordt over een schoolproject gesproken waar jij onderdeel van uitmaakt? Zeer waarschijnlijk dat deze prikkel jouw bewustzijn bereikt.
Het central executive filtert uit die 11.000.000 prikkels dus datgene, wat voor jou van belang is. Daardoor komt het ook dat mensen in een drukke treincoupe soms prima kunnen werken; ondanks de drukte komen maar weinig prikkels door het filter. Ga je in een drukke ruimte zitten, waar veel bekenden zijn en waar over projecten wordt gesproken die jou aangaan, dan kun je je minder goed concentreren. Het filter laat dan meer prikkels door omdat het deze voor jou van belang acht.

Maar we waren toch uniek?

Tot zover het verhaal over de gemiddelde mens en de gemiddelde leerling. Die bestaat overigens niet. De leerlingen die tegenover ons in de klas zitten zijn geen van allen gemiddeld; ook niet in de manier waarop zij hun prikkels verwerken. Net zo min bestaat de gemiddelde leraar of de gemiddelde mens.

Het verschilt bijvoorbeeld per persoon hoeveel procent van de prikkels door het filter wordt tegengehouden. Gemiddeld is dat 99,9997%, maar het filter is niet bij iedereen even dik en laat bij de één meer prikkels door dan bij de ander. Worden relatief meer prikkels doorgelaten, dan wordt het brein ook zwaarder belast. Bovendien: die 11.000.0000 prikkels per seconde is maar een gemiddelde. Er zijn ook situaties waarin het brein wel 36 miljoen prikkels per seconde te verwerken krijgt; bijvoorbeeld tijdens een drukke les of een leswisseling. En heeft je brein een dunner filter, dan geeft het standaard meer prikkels door aan het bewustzijn. Is jouw brein gevoeliger voor bepaalde soorten prikkels, dan raak je snel overprikkeld van bijvoorbeeld sterke geuren, harde geluiden of een onverwachte aanraking.

Als je dit weet, dan kun je je voorstellen dat voor mensen met een dunner filter sommige situaties een enorme aanslag zijn op het brein.  #overprikkeling

Bij leerlingen die last hebben van overprikkeling is in hun brein nauwelijks meer ruimte voor andere breintaken, zoals het verwerken van lesstof, werken aan een verslag of het naar behoren gedragen.

De uiterste vorm

Als het brein door overprikkeling helemaal geen ruimte meer heeft voor andere taken, treedt een noodprotocol in werking. Het brein bevriest, vlucht of gaat [soms letterlijk] in gevecht. Op die momenten is er maar één remedie: uit de situatie en ‘afkoelen’.  #ontprikkelen

Hoe kun je dit voorkomen?

Het liefst wil je dit soort situaties natuurlijk voorkomen, maar hoe?
De primaire verantwoordelijkheid voor het reguleren van de prikkelverwerking ligt bij de leerling zelf. Soms heeft een leerling echter niet genoeg zelfinzicht of voldoende hulpmiddelen tot zijn beschikking om dit helemaal zelf te realiseren. In dat geval kan laagdrempelige ondersteuning vanuit school erg effectief zijn.
Er zijn verschillende manieren om overprikkeling te voorkomen. Denk hierbij aan:
– het op peil houden van de mentale energie door goede voeding, voldoende rust, slaap en zuurstof;
– het verlagen van het aantal binnenkomende prikkels door de situatie aan te passen of de inzet van prikkelverlagende hulpmiddelen.

Prikkelverwerking voor gevorderden

Verschillende vormen

Het tegenovergestelde van overprikkeling is onderprikkeling. Ook dat bestaat. Als het brein te weinig geactiveerd wordt, gaat het zelf actief op zoek naar opvulling. #afleiding

Heeft de leerling iets anders aan zijn hoofd? Begrijpt een leerling de lesinhoud al na de eerste vijf minuten van de les? Is de les niet activerend genoeg? Dan gaat het brein onbewust actief op zoek naar afleiding.

Over- en onderprikkeling kennen elk twee vormen. De verschillende vormen van over- en onderprikkeling lijken soms veel op elkaar, maar vragen elk een eigen aanpak.

Overprikkeling | Prikkel-agerend

De klassieke vorm van overprikkeling is ‘prikkel-agerend’. Deze vorm van overprikkeling is goed zichtbaar aan de buitenkant. Leerlingen die hier last van hebben

– zijn overprikkeld, boos en geagiteerd;
– ontploffen bij weinig extra prikkels;
– en zijn star en niet-flexibel.

Uiterste vorm: overprikkeling prikkel-agerend

Overprikkeling | Prikkel-vermijdend

Deze vorm van overprikkeling is minder goed zichtbaar aan de buitenkant. Leerlingen die hier last van hebben trekken zich een beetje terug. Zij

  • schermen zich af; doen bijvoorbeeld de handen over de oren of trekken een capuchon over het hoofd;
  • zoeken een rustige plek op om te werken;
  • vragen anderen om stil te zijn en niet te bewegen;
  • proberen de situatie in eigen hand te houden, te controleren;
  • en vermijden contact met anderen.
Uiterste vorm: overprikkeling prikkel-vermijdend

Onderprikkeling | Prikkel-zoekend

Deze vorm van onderprikkeling is goed zichtbaar aan de buitenkant. De prikkelzoekende leerlingen

  • zijn druk en enthousiast;
  • wiebelen en friemelen;
  • praten door de klas of zingen tijdens het werken;
  • lopen door de klas;
  • tikken met de voeten op de grond of met een pen op de tafel;
  • zijn druk en wild.
Uiterste vorm: onderprikkeling prikkel-zoekend

Onderprikkeling | Prikkel-onbewust

Deze klassieke vorm van onderprikkeling is ook minder goed zichtbaar aan de buitenkant. Leerlingen die hier last van hebben trekken zich ook een beetje terug. Zij

  • staren naar buiten, zijn dromerig;
  • reageren niet op hun naam of aanspreken;
  • krijgen [delen van] de instructies niet mee;
  • hebben taken niet af, slaan gedeeltes over;
  • gaan helemaal op in een bezigheid.
Uiterste vorm: onderprikkeling prikkel-onbewust

De vormen lijken soms wel op elkaar, maar de oorsprong is verschillend. Als je niet goed weet waar je op moet letten, kun je verkeerde conclusies trekken en is een vergissing snel gemaakt.

Regelmatig wordt onderprikkeling voor overprikkeling [of andersom] aangezien. Het gevolg is dat je, met de beste bedoelingen, hulpmiddelen inzet om over- of onderprikkeling te voorkomen, maar juist een averechts effect bereikt. Zet je bij onderprikkeling bijvoorbeeld een geluiddempende koptelefoon in, dan wordt de onderprikkeling alleen maar erger. Of er wordt bij overprikkeling een wiebelkussen ingezet…. JJe kunt je voorstellen dat de inzet van deze hulpmiddelen dan niet veel goeds doet voor het welbevinden van de leerling! Daarom is het zo belangrijk dat je weet met welke vorm van over- of onderprikkeling je te maken hebt.

Poster Prikkelverwerking met informatie en hulpmiddelen


Wij hebben een poster ontwikkeld waarmee je goed zicht kunt krijgt op de verschillende vormen van prikkelverwerking en de hulpmiddelen die je daarbij effectief kunt inzetten.
De poster is te downloaden via https://www.ontwikkeltaal.nl/downloads/.

 

Wil je meer inzicht in de achtergronden van welbevinden, gedrag, mogelijk aanpakgedrag en beschikbare effectieve hulpmiddelen? Kijk dan bij onze artikelen, downloads en naar ons aanbod [team]trainingen op ontwikkeltaal.nl.

read more
Wim BieldermanPrikkelverwerking | Breinologie voor leraren